Documentatie

Twee staten

Door: Jan Schnerr - Laatst aangepast op: 26 oktober 2013

De discussie over het realiteitsgehalte van de twee staten oplossing is gaande

I. IN HET KORT

TWEE STATEN: DE TOEKOMST OF EEN DOODLOPENDE WEG?

De strijd tussen de oorspronkelijke bewoners van Palestina en de joodse immigranten (Jaffadok ISRAËL GESCHIEDENIS TOT-1949) die vanaf 1922/1923 in grote getalen het gebied binnen kwamen, leidden in 1948/1949 tot de verdrijving van honderdduizenden Palestijnen. De strijd om grond en economische hulpbronnen escaleerde verder in 1967 toen de joodse staat meer gebied veroverde. De internationale gemeenschap bemoeide zich tot in de jaren ’70 niet intensief met de kwestie. De Palestijnse vluchtelingen werden niet als een politiek probleem beschouwd maar als een humanitair vraagstuk. Dat vraagstuk werd grotendeels overgelaten aan de VN en de Arabische landen. Engeland was vanuit zijn imperiale verleden tot ver in de jaren ’50 nog wel actief in het gebied. De Verenigde Staten namen die rol van regisseur daarna over.

Israël werd in de jaren ’60 een strategische partner van de VS (Jaffadok ISRAËL MILITAIR OORLOGEN ZESDAAGSE-OORLOG-1967). De Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO die in diezelfde tijd ontstond, werd evenals voorheen de bevrijdingsorganisaties in de koloniën aangemerkt als terroristische organisatie. Eind jaren ’80 – begin jaren ’90 werd de PLO als gesprekspartner binnengehaald. Eerst door de VS en vervolgens ook door Israël. Dit mondde uit in het Oslo Akkoord van 1993. Het kernstuk van de overeenstemming tussen deze drie partijen was de afspraak (volgens sommigen: de fictie) dat er een zelfstandige Palestijnse staat zou komen. Deze Palestijnse staat zou globaal gezegd totstandkomen in het gebied dat in 1967 door Israël was bezet, dat wil zeggen op 22% van het oorspronkelijke Palestina van 1948. Sindsdien is de “twee staten oplossing“, een Palestijnse staat naast de staat Israël, ook het kernstuk van de internationale diplomatie.

Van 1993 tot ongeveer 1998 is er een korte periode geweest waarin beide partijen in dit asymmetrische conflict (“asymmetrisch” omdat er een sterke en een betrekkelijk machteloze partij is) leken te geloven in een oplossing op basis van de Oslo Akkoorden (Jaffadok INTERNATIONAAL ONDERHANDELINGEN ALGEMEEN). Daarna, zeker vanaf 2000, is de twee staten oplossing steeds meer geërodeerd. Twee ontwikkelingen waren daarvoor beslissend.

1. Door Israël werd een zeer actief beleid gevoerd van het vestigen van joden (“kolonisten”, “settlers”) in de bezette gebieden, waar de beoogde Palestijnse staat moet komen. Anno 2013 woonden in deze gebieden waartoe ook Oost-Jeruzalem behoort, tenminste 500.000 joodse kolonisten. Dat ging gepaard met grote druk op de daar levende Palestijnse bevolking om zich te vestigen in enkele dichtbevolkte stedelijke gebieden binnen het totale gebied van de “Palestijnse staat”.

2. Joods Israël radicaliseerde vanaf de tweede helft van de jaren ’90. De isolatie van de Gazastrook, het effectieve militaire regiem op de Westelijke Jordaanoever en de steun van de VS heeft joods Israël in staat gesteld de onderdrukking van de Palestijnse bevolking politiek en psychologisch te marginaliseren.

De officiële diplomatie staat achter het streven naar een zelfstandige en levensvatbare Palestijnse staat: de VN, de EU, Rusland, de Arabische Liga. De laatste jaren ontstaat buiten dat diplomatieke circuit steeds meer twijfel of een Palestijnse staat nog realiseerbaar is. Bovendien stelt Israël sinds een aantal jaren de eis dat het wordt erkend als joodse staat. Dat legt een extra hypotheek op de twee staten oplossing omdat voor de grote Palestijnse gemeenschap in Israël zelf verdere marginalisering dreigt (Jaffadok ISRAËL BEVOLKING ISRAËLISCHE PALESTIJNEN).

 

II. ACHTERGROND EN ANALYSE

EEN PALESTIJNSE NAAST EEN JOODSE STAAT

Overleg VS, Israel, Palestijnse Autoriteit in Washington op 29 juli 2013

Na 1967: de bezette gebieden

De veruit bekendste en de meest breed gesteunde oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict is: twee zelfstandige staten. Een staat Israël waarvan het grondgebied in grote lijnen correspondeert met het huidige Israël met de grenzen van voor de veroveringen van 1967: de zogenaamde “Groene Lijn”, in feite de bestandslijn van 1949 (dus niet de grens in het VN-verdelingsplan van 1947). En daarnaast een Palestijnse staat die grotendeels samenvalt met de bezette gebieden: de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem en de Gazastrook. De Golan Hoogvlakte, eveneens in 1967 bezet door Israël en zelfs geannexeerd, hoort daar niet bij omdat het veroverd is op Syrië. Degenen die voor twee staten zijn, bedoelen in deze context met “Israël” een joodse staat Israël. In de meeste gevallen gaat men er (meestal) impliciet vanuit dat de anderhalf miljoen Palestijnen die in die joodse staat wonen (dus binnen de groene lijn) in een twee staten oplossing binnen de joodse staat blijven wonen.

Het idee van een Palestijnse staat naast de joodse staat ontstond in de jaren ’70, dus na de verovering in 1967 van wat sindsdien met “de bezette gebieden” wordt aangeduid. Voor die tijd woonden er vrijwel geen joden in deze gebieden (“the territories”). In Israël begon al snel na het militaire succes van de “zesdaagse oorlog” van 1967 een discussie over de toekomst van de bezette gebieden (zie Jaffadok ISRAEL BEZETTING GESCHIEDENIS-STRATEGIE). Religieze Israëliërs raakten ervan overtuigd dat dit bijbelse gebied “Judea en Samaria” in joodse handen moest blijven. Tegelijkertijd begonnen liberale zionisten zich af te vragen of het land wel joods kon blijven en tegelijk democratisch kon zijn met enkele miljoenen niet-joden binnen zijn grenzen. Voor de “mainstream” zionisten en in de joodse gemeenschappen buiten Israël maar ook in de internationale gemeenschap (bijvoorbeeld in de Nederlandse politiek) vormden de Palestijnen in die jaren slechts een humanitair probleem; een vluchtelingenprobleem dat om hulp vroeg en niet zozeer om een politieke oplossing. Eind jaren ’70 kreeg de kolonistenbeweging vaart en kwam ook de discussie over de Palestijnen als politiek probleem meer op de voorgrond.

Diplomatie, kolonisatie en concentratie

Het Palestijnse leiderschap met PLO-leider Yasser Arafat als bekendste figuur accepteerde in principe het concept van twee staten in 1982 tijdens de Arabische top in Fez. Het Palestijns Nationaal Congres (het PNC) accepteerde in 1988 in Algiers twee staten met de Groene Lijn als grens. Dit is waarschijnlijk de meest fundamentele concessie die de PLO sinds zijn oprichting heeft gedaan. In praktische termen betekende het dat de PLO en het PNC genoegen namen met 22% van het gebied van het mandaatgebied Palestina dat sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog onder Engels bestuur viel. Binnen deze 22% vindt het Israëlische nederzettingenbeleid plaats: zie hierna.

In de Oslo Accoorden van 1993 werd het politieke karakter van het “Palestijnse probleem” definitief erkend. Vrede via het creëren van een Palestijnse staat werd het doel van het “vredesproces”. Het was echter tegelijk het decennium waarin de joodse kolonisatie van de bezette gebieden massaal op gang kwam. De Israëlische Arbeidspartij die tot 2000 een belangrijke rol speelde in de Israëlische regering, kon of wilde de tegenstelling “kolonisatie en tegelijkertijd onderhandelen over een Palestijnse staat” niet overbruggen en verloor zijn prominente positie in de Israëlische politiek (zie Jaffadok ISRAEL STAAT-POLITIEK PARTIJVISIES). De gewelddadige periode van 2000 tot 2005 ging gepaard met intensieve kolonisatie. Het Israëlische publiek keerde zich af van de problematiek van de bezetting. De Palestijnen daar verdwenen letterlijk uit beeld achter diverse vormen van afscheiding, tot en met aparte wegen. De Palestijnse bevolking werd geleidelijk geconcentreerd in enkele grote, zuiver Palestijnse steden. Het “Palestijnse vraagstuk” werd in toenemende mate gedefinieërd in termen van veiligheid voor de joodse bevolking.

Het gebied van de beoogde Palestijnse staat. Donkergroen: concentratiegebieden voor Palestijnen. Lichtgroen: beperkt Palestijns bestuur. Paars: grotendeels “gezuiverd” van Palestijnen.

Het probleem van de concretisering

Op de twee staten oplossing is het “vredesoverleg” ofwel het “Oslo-proces” sinds 1993 gericht. Zowel onder Israëlische Joden als onder Palestijnen zijn er nog ruime meerderheden voor dit model. Uit onderzoeken blijkt dat de steun onder de joden slechts stand houdt zolang “vrede” en “Palestijnse staat” in vrij abstracte termen worden geformuleerd. In het concrete politieke proces speelt het idee daarom nauwelijks meer een rol. Onder het Palestijnse publiek is de steun voor een Palestijnse staat gebaseerd op een juist zeer concrete wens: verlost zijn van de Israëlische bezetting en met name van het militair bestuur. Bij concrete uitwerking verdwijnt de consensus binnen beide kampen en tussen beide bevolkingen onmiddelijk. Onder Palestijnen in de bezette gebieden is het geloof in de twee staten oplossing de laatste jaren aan het afnemen en daarmee de steun voor de Palestijnse staat als doel van onderhandelingen.

Alle belangrijke internationale partijen hebben zich sinds de Oslo Accoorden van 1993 gecommitteerd aan de twee staten oplossing en hebben een rol in het daarop gebaseerde “vredesproces”: Israël, de PLO en de latere Palestijnse Autoriteit, de VS, de EU, Rusland, de VN en de Arabische Liga. De meest fundamentele punten waarop definitieve overeenstemming (de “final status agreement”) moet worden bereikt voordat de palestijnse staat er zal komen, zijn:

1. De status van Jeruzalem. Voor de levensvatbaarheid van een Palestijnse staat en de legitimatie van die staat in de moslimwereld, is Oost-Jeruzalem als hoofdstad en waarschijnlijk ook toegang tot Jeruzalem als geheel, een noodzakelijke voorwaarde.

2. Het recht op terugkeer van circa vier miljoen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen buiten Israël en in de bezette gebieden.

3. De inmiddels ruim 500.000 (volgens sommige publicaties: 600.000) joodse kolonisten die in de beoogde Palestijnse staat wonen, waarvan 200.000 in Oost-Jeruzalem. Partijen gaan er impliciet van uit dat de positie van de anderhalf miljoen Palestijnen die in Israël wonen en daar staatsburgerschap hebben, hetzelfde blijft, dan wel dat zij de keuze hebben tussen hun huidige staatsburgerschap van Israël respectievelijk van de nieuwe Palestijnse staat.

Obstakels voor het bereiken van overeenstemming zijn verder:

a. De landruil die volgens Israël nodig is om (in principe:) vijf grote nederzettingen, de zogenaamde “settlement-blocs”, niet te hoeven ontruimen. Los van Jeruzalem blijven er anno 2013 dan nog zo’n 75.000 (volgens sommige publicaties: 180.000; volgens Amos Harel 90.000) joodse kolonisten “achter”, die waarschijnlijk gedwongen moeten verhuizen. Ook met een dergelijke ontruiming zal het Palestijnse gebied een versnipperde geografie krijgen die moeilijk tot ontwikkeling te brengen is.

b. Het grensgebied aan de oostkant, langs de Jordaan. Israël beschouwd deze Jordaanvallei als strategisch gebied. Het zou betekenen dat de Palestijnse staat voor een opening “naar buiten”, in casu Jordanië volledig afhankelijk blijft van Israël.

c. Een verbinding tussen Gaza en de Westoever, die over Israëlisch grondgebied moet worden gerealiseerd. De isolatie van de Gazastrook wordt een steeds groter obstakel voor een definitieve oplossing.

d. Uit de voorstellingen die met name de westerse landen, in navolging van Israël hebben van de veiligheidsstructuur vloeit voort dat de soevereiniteit van de Palestijnse staat beperkt zal zijn.

e. De geografie van de Palestijnse ministaat tegen de achtergrond van de voortschrijdende kolonisatie, zal toegang tot water en grondstoffen bemoeilijken.

De voorstellen die in de overlegcircuits als serieuze opties circuleren zullen waarschijnlijk niet anders dan tot een staat kunnen leiden die slechts in beperkte mate tegemoet komt aan de Palestijnse nationale aspiraties (zie Jaffadok PALESTIJNEN POLITIEK PALESTIJNSE-STAAT-PA). Afgezien van de genoemde obstakels is er het onopgeloste vraagstuk, of de twee staten etnisch homogeen zouden moeten zijn (alleen voor joden respectievelijk Palestijnen) dan wel of het staten moeten zijn met gelijke rechten voor alle inwoners. Dus ook voor hen die niet tot de etnische meerderheid behoren.

Impasse

Volgens de Oslo Akkoorden had de concretisering van het twee statenmodel in de slotovereenkomst (final status agreement) na vijf jaar, dus eind jaren ’90 bereikt moeten zijn. Partijen slaagden daar niet in. In 2000 mislukte het Camp David overleg onder leiding van president Clinton. Van 2000 tot 2005 woedde de tweede Palestijnse volksopstand, de tweede intifada. Israël slaagde er in 2007 in de politieke partij Hamas te isoleren van de PLO en de Palestijnse Autoriteit (PA). De Palestijnen worden sindsdien internationaal feitelijk vertegenwoordigd door de partij Fatah, de partij met de meeste invloed binnen de PLO en (dus) de PA. Binnen Fatah overheerst sinds het neerslaan van de intifada de stroming die door Hamas en veel Palestijnen als zwakke onderhandelaars worden beschouwd, die te nauw samenwerken met Israël en de VS en de geheime diensten van die beide landen.

Een handicap in het lopende vredesoverleg is dat de huidige Israëlische politici uitgaan van de tijdelijkheid van oplossingen: de “flexibele staat”. Terwijl concreetheid en definitieve afspraken volgens veel waarnemers een voorwaarde is voor een overeenkomst. Een voorstel met zeer concreet uitgewerkte compromissen is neergelegd in het zogenaamde Genève Initiatief van 2003 en de later in dat kader opgestelde stukken. Het belang van het Genève Initiatief ligt daarin dat dit ver uitgewerkte plan aantoont dat een definitieve overeenkomst mogelijk is (of op dat moment was). De politieke constellatie in Israël lijkt na 2000 definitief te zijn veranderd ten koste van de krachten die bereid zijn tot enigerlei concessies aan de Palestijnen.

Na 2000 is de erkenning van Israël als joodse staat een belangrijke Israëlische eis geworden om te komen tot een overeenkomst. Het inwilligen van die eis zou negatieve consequenties hebben voor de positie van de anderhalf miljoen Israëlische Palestijnen en zeker voor de rechten van de vluchtelingen. Op niet-regeringsniveau zijn de laatste jaren steeds meer twijfels gerezen over realiseerbaarheid van de Palestijnse staat, met name als gevolg van het kolonisatiebeleid. Dit zou uiteindelijk kunnen betekenen dat het twee staten model als diplomatieke doel om tot overeenstemming te komen, niet meer te handhaven is. Dat zou tot fundamentele herbezinning en mogelijk tot spanningen kunnen leiden op het niveau van de EU, de VS, de Arabische Liga en individuele ledenstaten als Egypte en Jordanië. In de betrekkingen tussen de EU en Israël zal in dat geval vermoedelijk het thema van het joodse karakter en de consequenties daarvan voor de democratische rechten van de niet-joodse staatsburgers van de joodse staat een rol gaan spelen.

Amerikaanse betrokkenheid

In de tweede termijn van president Obama wordt (mogelijk een laatste) poging gedaan om tot overeenstemming te komen. Daartoe is medio 2013 een nieuwe overlegronde tussen Israël en de PA onder “toezicht” van de VS gestart. Volgens veel waarnemers is op de achtergrond een proces gaande waarbij de VS in de komende jaren geleidelijk meer afstand nemen tot het Midden-Oosten en zich meer op Azië gaan richten. Het is daarentegen niet te verwachten dat de VS afstand nemen van de veiligheidsbelangen van Israël, zoals gedefinieerd door Israël en de pro-Israëllobby in het Amerikaanse Congres. De conservatieve Arabische staten, met name Saoedie-Arabië hebben er evenals de VS zelf belang bij dat voor die tijd het conflict formeel “geregeld” is. Mogelijk dat een landruil (de “landswap”) van een gebied ten noorden van Jeruzalem aangeduid als “the Triangle”, dat door joden in Israël altijd als minder aantrekkelijk vestigingsgebied werd beschouwd door de VS en Saoedie-Arabië als hefboom zal worden gebruikt om tot een Palestijnse staat te komen.

Toekomstige mogelijkheden

Het resulterende ministaatje zal dan de problemen kennen die hierboven onder a. tot en met h. zijn genoemd. De vrees is dat het economisch niet levensvatbaar is en in vrijwel alle opzichten afhankelijk van Israël. In dat geval zijn er verschillende toekomstige opties:

1. De bezetting wordt voortgezet, met verdere negatieve gevolgen voor het aanzien van de joodse staat in de wereld.

2. Israël creërt zelf, buiten het overleg en op eigen voorwaarden een “Palestijnse staat”. Zie Jaffadok INTERNATIONAAL OPLOSSINGSMODELLEN EENZIJDIGE-STAPPEN.

3. De onoplosbaarheid van het conflict tussen joden en Palestijnen leidt op den duur, via een proces van “muddling through” (voortmodderen) tot een alternatieve staatsvorm. Bijvoorbeeld een één-staat oplossing in enigerlei vorm. Zie Jaffadok INTERNATIONAAL OPLOSSINGSMODELLEN EEN-STAAT.

2. Een verdere marginalisering van de Palestijnse maatschappij leidt tot verdrijving van (de meerderheid van) de Palestijnse bevolking. Zie Jaffadok INTERNATIONAAL OPLOSSINGSMODELLEN TRANSFER-JORDAANSE-OPTIE.

08-06-2010. Palestijns Knesseth-lid Haneen Zoabi wordt het spreken onmogelijk gemaakt. Zij is inmiddels voorstander van één staat voor gelijke burgers

Toekomstverwachtingen

Het aantal gezaghebbende publicisten dat stelt dat de twee staten oplossing niet meer haalbaar is neemt al enkele jaren toe, ook aan Israëlische kant. Voorbeelden zijn oud-president Carter van de VS, prof. Yehouda Shenhav (“one space solution”) en prof. Ian Lustick. De meest naar voren gebrachte argumenten zijn:

A. Het is onmogelijk geworden de kolonisten te verwijderen die de Palestijnse staat in de weg zitten. Niet alleen wegens hun aantal maar ook vanwege hun strategische geografische posities, hun religieuze ijver, de symbolische (bijbelse) betekenis van de Westelijke Jordaanoever voor grotere delen van de joodse bevolking (“Judea en Samaria”), de onevenredig grote politieke invloed van de kolonisten en de posities die nationaal-religieuzen inmiddels innemen in het leger.

B. Het Israëlische politieke klimaat is (ook buiten de kolonistengemeenschappen) kort voor 2000 vrij fundamenteel veranderd. Er is geen steun van enige betekenis meer voor het soort concessies die een levensvatbare Palestijnse staat mogelijk kunnen maken. Als een Palestijnse staat als concessie al mogelijk zou worden, dan zal het door de “feiten op de grond” economisch een doodgeboren kind zijn.

C. Het aan de macht komen van de Democraten in Washington begin 2009 heeft aangetoond dat de steun van het Congres voor de Israëlische politiek niet zal veranderen.

D. De Palestijnen zullen, als het erop aan komt een twee staten oplossing niet steunen omdat het in principe een oplossing is voor de oorlog van 1967 en niet voor de kern van het door hen gevoelde onrecht: de oorlog van 1948. Zie Jaffadok ISRAËL MILITAIR OORLOGEN 1948.

E. Een twee staten oplossing is geen oplossing voor het democratieprobleem van de joodse staat en laat dus de toekomst van de Palestijnen in Israël in het onzekere.

Een belangrijke, voor de twee staten oplossing uiteindelijk wellicht doorslaggevende, discussie vindt plaats in de Amerikaans joodse gemeenschap. Deze vormt de achterban van de pro-Israëllobby die op haar beurt veel invloed heeft op de Amerikaanse Midden-Oosten politiek. Voorbeelden zijn Peter Beinart en Richard Silverstein. De centrale stelling is, om principiële dan wel om meer praktische redenen, dat een joodse staat Israël, (ook) in het belang van joden een democratie behoort te zijn. Een joodse staat die grondgebied bezet houdt waarop enkele miljoenen niet-joden leven die geen volwaardig staatsburger zijn, kan geen democratie zijn. Daarom moet er in deze visie een staat komen voor de betreffende niet-joden. In deze kringen wordt om die reden de nederzettingenpolitiek verworpen. In Israël vertegenwoordigt Gershom Gorenberg een soortgelijk standpunt.

Op andere gronden wordt door een toenemend aantal rechtse Israëlische politici het realiteitsgehalte van een twee staten oplossing in het openbaar aan de orde gesteld. Voorbeelden zijn: Moshe Arens, Ruby Rivlin, Tzipi Hotovely, Moshe Ya’alon, Avigdor Liberman en Zeev Elkin

 

Literatuursuggesties:

1. Kovel, Joel. Overcoming Zionism. Creating a Single Democratic State in Israel/Palestine. Pluto Press, 2007.

2. Nabulsi, K (2007). “Voices of the Shatat and the Way Forward” in: Jamil Hilal (ed.), Where Now for Palestine: The Demise of the Two-State Solution. London & New York; Zed Books.

3. Hilal, Jamil (editor) Where Now For Palestine – The Demise of the Two-State Solution. Londen/NY, Zed Books, 2007.

4. Tilley, Virginia. The one-state solution: a breakthrough for peace in the Israeli-Palestinian deadlock. Manchester University Press, 2005.

5. 4. Jan Elshout, De mythe van een twee-statenoplossing door onderhandelingen. Internationale Spectator, Jaargang 64 nr. 12, december 2010.

6. Factsheet EAJG, juni 2013.

7. Palestine Israël Journal future options

8. Gorenberg, Gershom. The Unmaking of Irael. New York, HarperCollins Publishers, 2011 (1e dr.).

9. Amit, Zalman en Daphna Levit Israeli Rejectionism; A Hidden Agenda in the Middle East Peace Process. …, Pluto Books, 2011

10. Morris, Benny. One State, Two States: Resolving the Israel/Palestine Conflict. Yale University Press, 2009.

11. Said, Edward W. The End of the Peace Proces: Oslo and After. 2e dr.. Londen, Granta, 2002.

Sites en zoektermen:

1. Uri Avnery two state solution

2. Ian Lustick two state solution

3. Peter Beinart two state solution

4. Haneen Zoabi two state solution

5. Geneva Initiative

6. 1982 Arab Summit in Fez

7. PNC (Palestinian National Congres) Declaration in Algiers in 1988

CITAAT:

1. “Parents, teachers, pedophiles and cannibals all say they love children. But their motives are not the same. This is also true for the would-be undertakers of the two-state solution.Uri Avnery, column Gush Shalom, 22/09/2012

2. “The two-state solution did not die a natural death. It was strangulated as Jewish settlements in the West Bank were expanded and deepened by successive Israeli governments in order to prevent the emergence of a viable Palestinian state. The settlement project has achieved its intended irreversibility, not only because of its breadth and depth but also because of the political clout of the settlers and their supporters within Israel who have both ideological and economic stakes in the settlements’ permanence.” Henry Siegman, National Interest, 6 september 2012.

3. „Die Möglichkeit für die Aushandlung einer Zwei-Staaten-Lösung wird nicht mehr lange andauern.“ Secretaris-Generaal van de VN, Kofi Annan op zijn laatste persconferentie in december 2006; geciteerd door de Duitse oud-ambassadeur Heinz-Dieter Winter op 28/01/2009 in Berlijn.

Nog geen reacties op: Twee staten

Uw reactie:

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>