Documentatie

Turkije

Door: Jan Schnerr - Laatst aangepast op: 10 april 2012

I TURKIJE

Kemalistisch Turkije

Turkije was het centrum van het oude Ottomaanse Rijk dat ook een groot deel van de Balkan beheerste. Het heeft veel historische banden met Europa en is nauw verbonden met de Arabische wereld maar is geen Arabisch land. Turkije heeft lang nodig gehad om zich te herstellen van een gestage neergang in de negentiende eeuw en de uiteindelijke ondergang van het Ottomaanse Rijk in 1918 aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Toen capituleerde het tezamen met Duitsland. Onder leiding van Kemal Atatürk kreeg de Turkse staat, ontdaan van al zijn “buiten-Turkse” provincies, in de jaren ’20 en ’30 zijn huidige vorm. Deze neergang is voor generaties Turken een traumatische ervaring geweest. Turkije werd in de negentiende en begin twintigste eeuw “de zieke man van Europa” genoemd. Dat leidde tot een verkrampte omgang met het idee van de Turkse natie en een moeizame, soms zeer gewelddadige omgang met minderheden: de Armeniërs, de Grieken en de Koerden. In de Tweede Wereldoorlog bleef Turkije neutraal. In 1947 sloot het een veiligheidspact met de Verenigde Staten en werd in 1952 tegelijkertijd met Griekenland lid van de Navo. De betrekkingen met het Westen en met name de VS werden enkele keren op de proef gesteld. Aanvankelijk zonder diepergaande gevolgen. 1) Tijdens de Oktoberoorlog tussen Israël en zijn buren in 1973 weigerde Turkije zijn luchtruim en havens en Navo-steunpunten ter beschikking te stellen voor de bevoorrading van het Israëlische leger door de Amerikanen. 2) De Turkse interventie op Cyprus in 1974 die (in de visie van het Westen) leidde tot de bezetting van Noord-Cyprus en die tot op de dag van vandaag een belemmering vormt voor toetreding tot de EU. 3) De betrekkingen met mede Navo-lid Griekenland bleven lange tijd zeer gespannen. 4) Aan de Golfoorlog van 1990/1991 verleende Turkije geen medewerking. 5) Tijdens de Irakoorlog van 2003 was de weigering van Turkije om zijn luchtruim en onder andere de basis Incirlik ter beschikking te stellen, er de oorzaak van dat de VS geen noordelijk front konden openen.

De Turkse militairen hebben zich altijd beschouwd als de bewakers van de seculiere staat. Zij vertegenwoordigden vooral de verwesterde elite in het westen van het land. Als politici een machtsbasis zochten in de arme, gelovige, meerendeels agrarische bevolking van “de Anatolische hoogvlakte”, dan leidde dat tot een militaire staatsgreep: 1960, 1971 en 1980. In 1997 liet het leger nog via indirecte druk een regering vallen. Vanaf 2002, onder de regerende Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (de gematigd islamitische AKP; engels: Justice and Development Party, JDP) hebben militairen nog vergeefs geprobeerd verkiezingen te beïnvloeden. Rond 2010 was het primaat van de politiek over de militairen gevestigd, toen een grote meerderheid van de kiezers stemde voor een door de AKP voorgestelde grondwetswijziging. Onder andere gaat het om een herziening van de rechtspraak (een machtscentrum van de oude garde) en meer vrijheden voor christenen en Koerden. Deze hervormingen lijken een eigen dynamiek te hebben gekregen, die ze onafhankelijk maakt van onderhandelingen over toetreding tot de Europese Unie.

Het leger blijft belangrijk. De strijd tegen de PKK (Koerdische militante vleugel) zal voorlopig waarschijnlijk doorgaan. Crises zoals rond het regiem van Assad in Syrië blijven in deze regio mogelijk. Het probleem met Griekenland is nooit definitief opgelost en zou kunnen worden geactiveerd door een nauwere band tussen Griekenland en Israël. De relatie met Iran blijft op langere termijn moeilijk voorspelbaar. Met Israël kondigen de eerste militaire spanningen zich aan in de Middellandse Zee. Verder is een taai politiek gevecht rond de economische belangen van het leger waarschijnlijk. De aanzienlijke regionale ambities van Turkije zijn zonder een sterke defensie niet te realiseren.

Sterkte en zwakte

Turkije is sinds ongeveer 2000 een “economische tijger”. Er is een brede middenklasse aan het ontstaan die bijdraagt aan politieke stabiliteit. Het land heeft een grote bevolking, tachtig miljoen, die relatief jong is. Turkije heeft een strategische ligging die het belangrijk maakt voor Rusland, Centraal Azië, de VS, de EU (inclusief de Balkan) en voor landen in het Midden-Oosten waaronder Israël. Het ligt op een draaipunt van transportroutes voor olie en gas. Het is lid van de Navo en heeft een sterke militaire infrastructuur. In de concurrentie om water heeft het een gunstige geografische positie. Turkije wordt als democratie met een islamitische cultuur meer en meer een rolmodel voor hervomingsgezinde stromingen in het Midden-Oosten. Zowel in seculiere autocratiën als Egypte, Syrië en Jordanië als voor verlichte stromingen in religieuze dictaturen als Saoudie-Arabië, de Golfstaten en Iran.

De grootste problemen van Turkije zijn: 1) De strijd met de koerdische PKK. 2) De latente Grieks-Turkse spanningen tegen de achtergrond van het onverwerkte verleden van de etnische zuiveringen in de jaren ’20 van de vorige eeuw. 3) De kwestie Cyprus, die onder meer de diplomatieke toenadering tot de EU tegen houdt en Israël kansen biedt tot een anti-Turkse coalitie in de Middellandse Zee. 4) De “niet-erkende” genocide op de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog die, los van een oprecht streven naar een historisch-wetenschappelijke benadering ook door Israël, de pro-Israëllobby en tegenstanders van Turks lidmaatschap van de EU wordt misbruikt. Wat de buitenlandse politiek aangaat heeft de goede strategische ligging ook een keerzijde: er is onrust aan de grenzen, van de Kaukasus tot Syrië en Libanon en dat kan een handicap zijn voor de economische ontwikkeling. In zijn algemeenheid kost de tegenstelling tussen de conservatieve provincie en het “Europese” establishment in West-Turkije politieke energie en kan een handicap zijn in de verdere ontwikkeling tot een moderne democratie. Er is de laatste jaren ook aandacht voor de autoritaire politieke cultuur voorzover die de hervormingen heeft overleefd.

Turkije en Israël tot 2000

De Israelisch-Turkse relaties weerspiegelen in grote lijnen de pieken en dalen van de Arabisch-Israelische relaties: 1) In 1947 stemde Turkije tegen het VN-verdelingsplan. Nadat Egypte en Jordanië een wapenstilstandsovereenkomst hadden getekend werd Turkije het eerste moslimland dat Israël als staat erkende. 2)Vanaf 1950 was er over en weer een diplomatieke vertegenwoordiging op gezandschapsniveau. Die werd door de Turken na de aanval van Israël op Egypte in 1956 teruggebracht naar het laagste diplomatieke niveau (zaakgelastigde). 3) Nieuwe problemen ontstonden door de zesdaagse oorlog in 1967 na de bezetting van Oost-Jeruzalem door Israël. 4) De invasie in Libanon in 1982 gaf Turkije aanleiding tot het wegsturen van de Israëlische ambassadeur. 5) Eind jaren ’80 tijdens de Palestijnse volksopstand (de eerste Intifada) gaf Turkije een signaal af door als vierde land (en als enige land dat ook diplomatieke relaties onderhield met Israël) Palestina te erkennen als onafhankelijke staat. 6) In december 1991, zes weken na de start van de Arabisch-Israëlische vredesconferentie in Madrid, werden zowel met Israël (weer) als met de PLO relaties aangegaan op ambassadeurniveau. 7) In 2004 noemde de Turkse regering de liquidaties van Sheikh Yassin en van Rantisi een (staats-)terroristische daad en in 2009 de aanval op Gaza “state-sponsored terrorism”. De relatie bereikte in de periode van de bloedige entering van de Gaza “flotilla” (medio 2010), begeleid door diplomatieke incidenten, een dieptepunt.
In de Turks-Israëlische betrekkingen was de periode 1990 tot 2000 er een van toenadering. Het einde van de koude oorlog speelde daarbij een rol. Die leidde tot een snelle toename van de invloed van de VS. De Golfoorlog en de strijd met de Koerden bevestigde ook de politieke rol van het leger. Het Madrid/Oslo vredesproces gaf ruimte voor toenadering tot Israël. In 1997 werd een reeks militaire overeenkomsten tussen beide landen gesloten. Vermoedelijk ook op het gebied van inlichtingen. Israël kreeg een belangrijke rol als wapenleverancier.

Turkije en het Westen

Vanaf de jaren ’40, na de Tweede Wereldoorlog tot aan de ondergang van de Sowjet-Unie in 1989 nam Turkije een centrale plaats in in het westerse veiligheidsdenken als bufferstaat tegen de communistische Sowjet-Unie. Die positie had, naast de seculiere ideologie van Kemal Atatürk en de nawerking van de imperiale erfenis uit het verleden, geleid tot een isolement in de Arabische wereld. Het dreigende verlies van betekenis in de nieuwe post-communistische wereldorde trachtte de militair-politieke elite te compenseren door de bovengenoemde toenadering tot Israël, dat een groeiende militaire macht in het Midden-Oosten was en eerste bondgenoot van de enige supermacht: de VS.
De Turkse regeringen waren formeel al zeer lang voorstander van aansluiting bij de Europese Gemeenschap respectievelijk de Europese Unie. Zij hadden echter weinig belang bij modernisering van de wetgeving conform Europese eisen. Met de komst van de islamitische partijen en met name de AKP begin deze eeuw, veranderde dat. De onderhandelingen in verband met een lidmaatschap van de EU die na 2000 vaart kregen, hebben een zeer belangrijke rol gespeeld in de modernisering van de wetgeving van de Turkse staat in de periode 2000 – 2006. Waarschijnlijk hebben zij ook bijgedragen aan het afhouden van de militairen van interventies in het democratisch proces. Nog niet helemaal duidelijk is of de op integratie gerichte politieke krachten zowel aan Europese als aan Turkse kant sterk genoeg zijn om tot volledig lidmaatschap te komen. De relevantie voor de Israëlisch-Palestijnse kwestie zou onder meer zijn, dat lidmaatschap van Turkije de EU nog nauwer bij dit conflict betrokken zou doen raken. In Frankrijk en Duitsland lijkt zich de lijn door te zetten om een volledig lidmaatschap van de EU te blokkeren. In Turkije bestaat brede steun voor de hervormingen maar het gevoel dat daarvoor lidmaatschap van de EU nodig zou zijn is sterk afgenomen. Een belangrijk element in de relatie tussen de EU en Turkije is de aanwezigheid van miljoenen Turkse arbeidsmigranten. In Duitsland leven 2,8 miljoen eerste en tweede generatie Turkse arbeidsmigranten.

Turkije, Israël en de Palestijnen vanaf 2000

De opvatting wint terrein dat Israël de relatie met Turkije harder nodig heeft dan andersom. Indien de VS en Israël, min of meer gesteund door de EU erin zouden slagen om Iran economisch en militair te marginaliseren, dan zijn er in de regio naast Israël twee regionale grootmachten: Turkije en (potentieel) Egypte. In principe zou er een economische as Turkije – Egypte kunnen ontstaan, dat wil zeggen tussen landen waarin de bevolking Israël niet gunstig is gezind. De zeer vergaande militaire samenwerking met Israël is na 2000 en vooral vanaf 2010 aanzienlijk teruggebracht. De regionale militaire ambities van Israël vereisen bijvoorbeeld dat de luchtmacht oefeningen kan houden in een veel groter luchtruim dan het eigen land te bieden heeft. Als gevolg van de nieuwe Turkse politiek heeft Israël daarvoor nu toenadering gezocht met Roemenië en Griekenland. In de mate waarin de relaties met Israël slechter zullen worden, zullen ook de VS voorzichtiger worden met leveren van geavanceerde militaire technologie aan Turkije. Dit speelt met name op het gebied van de levering en inzet van onbemande vliegtuigen ofwel: drones, UAV’s. Tot voor kort ontvingen Turkse militairen nog instructie van Israëlische militairen voor de inzet van UAV’s in Noord-Irak in de strijd met de PKK. Een belangrijk punt op het gebied van militaire technologie is het Amerikaanse raketafweersysteem dat in Navo-verband wordt opgezet en waarvoor een steunpunt op Turks grondgebied is voorzien. Turkije heeft in 2011 uiteindelijk met deelname ingestemd. Dit betekent: a. Dat Turkije blijkbaar geen nauwere band aangaat met Iran dan met het Westen b. Dat Turkije bevestigt zijn volwaardig lidmaatschap van de Navo en zijn strategische band met de VS impliciet bevestigt. De VS waren bereid daarvoor een prijs te betalen: de afweersystemen in Turkije en in Israël (waar de VS eveneens een raketafweersysteem installeren) worden qua informatieuitwisseling volledig van elkaar gescheiden.
Turkije heeft vanaf de eerste jaren van deze eeuw goede relaties opgebouwd met Hamas en Hezbollah, naast de contacten die het had met de PLO en de Palestijnse Autoriteit.
Zowel Turkije als Israël kunnen nog niet de consequenties overzien die de “Arabische lente” zal hebben voor hun strategie en politiek. Er zijn geen aanwijzingen dat één van beide zijden de relaties tot het nulpunt willen laten dalen.

Buitenlandse politiek

Er heeft zich dus, naar algemeen wordt aangenomen een structurele verschuiving in de oriëntatie van de Turkse buitenlandse politiek ingezet. Een achterliggende discussie is of die heroriëntatie primair verklaard moet worden uit de groeiende invloed van de islam dan wel uit geopolitieke factoren en/of structurele veranderingen in de Turkse economie. Waarbij de AKP als versneller fungeert. Deze discussie is van belang voor een goed begrip van de ontwikkeling van de relatie met Israël. Vast staat dat de “verpakking” van de Turkse politiek ten aanzien van het Midden-Oosten veel te maken heeft met het streven van de Turken (die, zie hierboven, nimmer aanstalten hebben gemaakt om uit de Navo te treden en tot op heden het EU-lidmaatschap nastreven) om een nieuw evenwicht te vinden tussen het Westen en de Arabisch-islamitische omgeving. Analisten lijken in meerderheid aan te nemen dat niet de islamitische factor de drijvende kracht zal zijn in de opstelling naar het buitenland (en bij de binnenlandse hervormingen) maar de economie en de energievoorziening. Zeker als de economische groei in het Midden-Oosten, Centraal Azië en de Perzische Golf structureel groter zal zijn dan die in Europa. De economische crisis heeft de Turkse zakenwereld, vooral die uit Centraal-Anatolië die de achterban van de AKP vormen, nieuwe markten doen verkennen die minder hard geraakt zijn door de crisis dan Europa. Het moderne deel van de Turkse economie was sterk verbonden met die van Europa. Er wordt door Turkije gestreefd naar een vrijhandelszone tussen Turkije, Syrië, Jordanië en Libanon. Turkije had al vrijhandelsverdragen met Egypte, Israël, Marokko en Tunesië. Volgens sommigen (Turkije Instituut, Nederland) toont ook dit streven naar vrijhandelsverdragen aan dat aan Turkije’s nieuwe buitenlandse politiek vooral economische overwegingen ten grondslag liggen. De energieleveranciers zullen in de Turkse buitenlandse politiek belangrijker worden. Turkije gaat ervan uit dat zijn energiebehoefte tot 2023 zal verdubbelen. In 2007 en 2008 heeft Turkije zich zeer ingespannen, uiteindelijk tevergeefs, om te bemiddelen tussen Israël en Syrië. Richtinggevend voor de Turkse politiek zijn dus momenteel, de economische drijfveer en (dus) stabiliteit aan de grenzen, nauwere betrekkingen met de Arabische landen, waarbij Israël minder hoge prioriteit krijgt en een onafhankelijker koers van de VS en de Navo.

 

II DE KOERDEN

Van de 40 miljoen Koerden leven er ongeveer 15 miljoen in Turkije. De koerdische gemeenschappen in Turkije, Irak, Iran en Syrië en hun streven naar gehele dan wel gedeeltelijke autonomie zijn om de volgende redenen relevant voor het Israëlisch-Palestijns conflict:

  1. Sectarische bewegingen in de buurlanden en de wat verder weg gelegen “concurrenten” van Israël bieden mogelijkheden tot verdeel-en-heers politiek door Israël. Dat fenomeen speelde overigens al in de koloniale tijd en heeft ook steeds een rol gespeeld in de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten. In 2006 beschuldigden Turkse media Israël van het verlenen van militaire assistentie aan Koerden in Noord-Irak.
  2. Binnenlandse sectarische en/of religieuze spanningen versterken de positie van autoritaire heersers en van (hun) legertop. Die zijn in het algemeen beter “hanteerbaar” voor de VS en Israël.

De Koerden zijn politiek in de eerste plaats per “thuisland” georganiseerd. Belangrijke organisaties zijn de Turkse militante PKK die in feite ook een politieke tak heeft, de Kurdistan Regional Government (KRG) in Irak en de Kurdish National Council in Syrië. Er zijn veel dwarsverbanden, de PKK bijvoorbeeld in Irak, maar er is een geleidelijke tendens in de richting van regionalisatie van het politieke streven en militaire doelstellingen. De Iraakse KRG heeft een matigende invloed omdat de Koerden in Noord-Irak in toenemende mate profiteren van economische samenwerking en een werkbare relatie met Turkije. De PKK wordt door de VS, de EU en Israël als terroristische organisatie beschouwd. De strijd tussen het leger en de PKK kostte tot 2012 40.000 levens. De koerdische kwestie blijft voorlopig een achilleshiel voor een Turkije dat voorloper wil zijn van moderniteit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. In Israël (Lieberman) en bij pro-Israëlische organisaties in de VS (Daniël Pipes) wordt wel gewezen op de Koerdenkwestie als drukmiddel op de Turkse regering. De AKP onder premier Erdogan heeft op politiek terrein openingen geboden naar de Koerden wat substantiële politieke steun onder hen voor de AKP heeft opgeleverd. De PKK de “handreikingen” afgewezen en blijft tot op heden kiezen voor militaire middelen.

 

Literatuursuggesties:

1. Erik J. Zürcher.Turkey: A Modern History,1997, I.B. Tauris and Co. Ltd., London.

2. Ergun Ozbudun. Contemporary Turkish Politics: Challenges to Democratic Consolidation, 2000.

Sites en zoektermen:

1. foreignaffairs.com, what-to-read-on-turkish-politics

2. Turkije-instituut.nl, buitenlandse politiek, economie, Koerden, Armeense kwestie

3. KurdWatch

4. Turkey EU customs union

5. Israeli European Policy Network Turkish-Israeli relations

6. http://www.hurriyetdailynews.com

CITAAT:

““Mr. Peres, you are older than me, your voice comes out in a very loud tone. And the loudness of your voice has to do with a guilty conscience.” De Turkse premier Erdogan op 28 januari 2009 in Davos, tot de Israëlische premier Peres in een discussie over de operatie Cast Lead in Gaza (NYTimes, 29/01/2009).

Nog geen reacties op: Turkije

Uw reactie:

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>